BOMEN VOOR DE (KLEINERE) TUIN  

Inleiding

 

 Waarom bomen in de tuin? ††††

* lelijke huizen krijgen uitstraling

* kleine tuinen lijken groter

* door groeperen is een "bossfeer"op te roepen.

* aan bomen zijn de seizoenen af te lezen c.q. de weersomstandigheden

* bomen herbergen vogels

* bomen kunnen functioneel zijn: schaduw en opbrengst.

De tuinen worden tegenwoordig steeds kleiner. Duurdere (bouw)grond. Dit noopt tot nadenken over goede aanplant.

Sommige bomen zijn slecht in bedwang te houden. Ze hebben een natuurlijk drang tot groot groeien. Populieren, essen, bepaalde iepen en esdoorns.

Andere bomen worden niet echt groot, of het is door snoeien goed mogelijk ze op maat te houden.

Voor elke tuin is een passende boom te vinden.

Geen andere plant is zo sfeerbepalend voor de tuin als een boom. Omdat een boom stamvormig is, neemt hij bovendien eigenlijk weinig ruimte in. Het is ook prima mogelijk met bomen een element van herhaling in een tuin aan te brengen. We laten een aantal mogelijkheden de revue passeren.

Bolvormige bomen

Dit zijn bomen die beschikken over een min of meer ronde kroon. De meeste van de bolvormen zijn veredelingen. In het wild komen bolvormen eigenlijk niet voor.

 

Bolacacia


De bekendste bolvorm is de Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera', de bolacacia. Als men de kroon laat uitgroeien, krijgt deze een doorsnee van ca 2.5 meter. Van onderen worden de takken steeds dikker en dus kaler. Daarom is het goed zo nu en dan terug te snoeien, zo eens in de drie Š vier jaar. Omdat er in wezen rigoreus wordt teruggesnoeid, volgt er een sterke hergroei, vooral in het eerste jaar na de snoei. Later wordt dit een heel stuk minder. Er kan ook gekozen worden voor een snoei in gedeelten: steeds het oudere hout wegsnoeien. Het snoeien gaat in principe net zo als het knotten van een wilg. De goede snoeitijd is wanneer de knoppen beginnen te 'schuiven', zo begin/medio april.Snoei 'in tweeŽn' is ook mogelijk. Dit wordt gedaan om de knoppen dicht bij de ent te stimuleren. De eerste snoei is dan in de herfst. Vijfiien tot twintig cm van de takken laten we staan. Wel moet er voor worden gewaakt dat de entknobbel niet wordt weggesnoeid.

Bolacacia's zijn in verschillende stamhoogtes te leveren. Omdat mensen steeds groter worden, is het aan te raden de stamhoogte niet te kort te nemen. In eerste instantie lijkt zo'n dunne stam wel wat iel, maar deze dikt wel aan. Als een kruin massaler wordt, moet er in sommige gevallen onderdoor kunnen worden gelopen, of men wil er nog onderdoor kunnen kijken. Is dit niet van belang, dan kan ook aan lagere stamhoogte worden gedacht ( bijv. tegen een blinde muur).

Een bolacacia is in het algemeen gesproken sikkeneurig wat overplanten betreft. De boom moet bij verplanten in volkomen rust zijn. Aan te raden is niet eerder dan half november te verplanten. De boom heeft vaak weinig wortels; het zijn zgn. vlezige wortels, die de neiging hebben vlug uit te drogen. Als de wortelhuid rimpelig is, is het in de regel te laat. Over de standplaats is te zeggen dat de bolacacia slecht tegen een 'natte voet' kan. Een goede doorlatende plantplek is noodzakelijk. Plassen die blijven staan, boven- of ondergronds, zijn maar al te vaak dodelijk. Er treedt dan schimmelvorming op. Bijv. wortelhalsrot (=is een vorm van phytophthora) Ook kunnen er op de stam vaal-bruine plekken ontstaan, waarop zich later oranje stipjes vormen (dit is fusarium). Vooral wanneer de boom in de klei wordt geplant, is het zaak het planten goed voor te bereiden. Verticale drainage ( een grintputje) en goede grondbewerking! Nadere informatie over planten en verzorgen is bij de vakman te verkrijgen. Een nadeel van de bolacacia zijn de broze takken. Ze breken soms vrij gemakkelijk.

 

Bolesdoorn

De bolesdoorn (Acer platanoides 'Globosum') is de laatste jaren immens populair. Reden waarom de boom soms moeilijk te verkrijgen is. De boom is iets zoutgevoeliger dan de bolacacia. Wat aanplant op klei aangaat, is de boom te vergelijken met de bolacacia. Ook de bolesdoorn kan slecht tegen een 'natte voet' en verlangt een doorlatende grond. Wel is de bolesdoorn beter bestand tegen de wind.

Het snoeien van esdoorns in het algemeen - en dus ook van de bolesdoorn - dient te gebeuren voor de kortste dag! Al heel vroeg in het voorjaar komt van deze bomen de sapstroom op gang. Vooral bij zachte winters. Snoeit men in het voorjaar, dan gaan de bomen 'bloeden', soms overstelpend. Esdoorns worden wel 'gemolken'. Door het sap in te dikken is siroop te verkrijgen: een erg gezond goedje. Een dergelijke behandeling is voor onze tuinboom echter niet aan te raden. Aan het eind van de eerste groei, zo rondom de langste dag, staat de natuur zo'n veertien dagen stil. Ook dan is het een geschikte tijd de bolesdoorn bij te snoeien. ( Bijsnoeien dus!!) Het knotten van een bolesdoorn - zoals bij de bolacacia - zou moeten gebeuren voor de kortste dag. Volgt dan een strenge winter, dan kan er schade ontstaan aan de knot. Reden om bij de wintersnoei bij de esdoorn een voorzichtige snoei te hanteren en niet meer dan tot de helft van de twijgen terug te nemen.

Bolcatalpa

De Nederlandse naam van de Catalpa bignonioides is: trompetboom. Deze naam heeft hij te danken aan zijn bloeiwijze. De bolcatalpa is een geŽnte cultivar. De cultivar bloeit overigens niet. De cultivarnaam is 'Nana', hetgeen duidt op een kleine of dwergvorm.

Opvallend aan de boom zijn de grote bladeren. Ze hebben een fraaie lichtgroene kleur. De bladeren maken dat we een standplaats voor een bolcatalpa zeer zorgvuldig moeten uitkiezen: wind- en zoutgevoeligheid!! De boom komt trouwens zeer laat in blad: begin juni. Voordat de bladeren in de herfst afvallen, worden ze zwart. Het wortelgestel lijkt op dat van de bolacacia. Alleen zijn de wortels van de catalpa nog teerder. Voorzichtig is geboden i.v.m. beschadiging en uitdroging.

Reden waarom we proeven nemen de boom voort te kweken in RCB's ( Root Conrol Bags). De boom wordt ook veel in container gekweekt.

De boom behoeft een doorlatende grond die ook vochthoudend is.

Snoeien is niet echt noodzakelijk. Slechts dode en oude takken dienen te worden verwijderd. Bij strenge winter willen de takken wel terugvriezen. Ook die beschadigingen moeten worden verwijderd.

Boles

De Fraxinus excelsior is een sterke veelzijdige boom, die zich thuisvoelt in onze streken. De es kan goed tegen een vochtige standplaats en gedijt prima op klei-ige gronden. Dit geldt ook voor meerdere cultivars, waaronder de Boles: Fraxinus excelsior 'Globosa'. (oudere cult.naam: Nana). Een andere soort es, de pluimes (= Fraxinus ornus). heeft nagenoeg dezelfde eigenschappen, maar bloeit uitbundiger. Van deze soort bestaat ook een bolvorm met de cv.-naam: Meczek. Beide zijn aanbevelenswaard voor de Friese kleistreek: weinig wind- en zoutgevoelig en gedijt in kleigrond.

De es heeft geveerd blad. Het is een bomensoort die iets later in blad komt dan de meeste soorten: een dag of 10 verschil. Waar met de ijsheiligen vroeg in blad

komende soorten de kans lopen een knoei mee te krijgen, ontkomt de es.

De bol wil wel eens 'uit vorm' lopen. Op tijd bijsnoeien is gewenst. Voor de rest is de boom eigenlijk onderhoudsvrij.

Bolprunus

Een andere, vrij probleemloze soort is de bolprunus: Prunus fruticosa 'Globosa'. (Nieuwe naam: Prunus eminens 'Umbraculifera') De boom kan redelijk tegen een o  vochtige standplaats en verdraagt 'koudere' gronden als klei. Bovendien is hij weinig wind- en zoutgevoelig. Tegelijk met de bladvorming verschijnt de  roomwitte bloesem.

Terugsnoeien tot een derde zorgt ervoor dat de bol compact en dicht uitgroeit.

De kleine ovale bladeren geven een solide indruk. In de herfst verkleuren ze tot oranje-rood. Verdere snoei is vervolgens niet echt noodzakelijk meer.

Soms willen er in de kruin plotseling takken verdorren, of stukken van takken. Het is een teken dat de boom het wat moeilijk heeft. Bemesten en zorg dragen voor een goede bodemstructuur is dan belangrijk. Het 'dood' wegknippen tot en met het gezonde hout. Komt het bij herhaling voor, dan kan het beste de vakmens geraadpleegd worden.

Bolwilg

De bolwilg is een rariteit. Latijnse naam: Salix matsudana 'Umbraculifera'. De boom is afkomstig uit China. Een boomkweker uit Brabant zag hem eens staan op het Rode Plein te Peking. Naar verluid heeft de ambassadeur een stek voor hem meegenomen. In China in de omgeving van Peking is de bolwilg vrij algemeen als straatboom. De boom heeft een prachtige fragiel lichtgroen blad met een bamboe-achtige uitstraling. De stam is vrij grof gegroefd. Het snoeien gaat als bij een knotwilg. Het kan wel om de drie jaar. Op Ferskaat staan een tweetal exemplaren voor experiment. De boom is zeker bruikbaar en heeft zijn eigen karakteristieke sierwaarde.

Bolplataan

Sterk als de soort zelf, maar veel minder snel groeiend, is de bolplataan (Platanus acerifolia 'Alphens Globe').  Wordt de bol te groot of te onregelmatig, dan kan deze zonder bezwaar  worden gesnoeid en in model gebracht. Van jonge bolplatanen kan de stam krommingen vertonen, maar met het dikker worden, trekken deze recht. De bolplataan is door ons op minder dan 1 km van de zee aangeplant. Daar houdt hij goed stand. Minstens zo sterk is zijn neef de Platanus oriŽntalis 'Minaret'. De natuurlijke habitus van de 'Minaret'- de naam zegt het al - is zuilvormig. GeŽnt op een onderstam ontstaat een bolvorm, nog langzamer groeiend dan de 'Alphens Globe'

De Platanus or. 'Minaret' prachtige herfstkleur.

Andere bolvormen

Het ontwikkelen van nieuwere soorten gaat steeds door. Een aantal soorten noem ik kort:

Acer campestre 'Nanum', een bolvormige veldesdoorn.

Aesulus pavia 'Rosea Nana', een bolkastanje, die in het voorjaar prachtig uitloopt.

Tilia cordata 'Lima' , Tilia cordata 'Green Globe'en de Tilia cordata 'Winter Orange' zijn bolvormige lindes.

Prunus padus 'Red Ball' staat op dit moment op proef op ons bedrijf. In container zijn de resultaten zeer matig.


Geknipte bolvormen

Sommige planten die worden gebruik voor hegaanplant, hebben de eigenschap zich zeer goed te vertakken. Veel van dergelijke planten zijn ook met stam te kweken. Te denken valt aan de meidoorn ( Crataegus monogyna), de beuk (Fagus silvatica) of de rode variŽteit hiervan (Fagus silvatica Purpurea). Ook andere soorten komen in aanmerking: Ilex aquifolium (de hulst) en bijv. Ligustrum cv. (Verschillende ligustersoorten). Van deze laatste twee zijn er verschillende soortjes reeds op halfstam geŽnt in de handel. Ook een op stam geŽnte Prunus cer. 'Nigra'  kan mooi in een bol worden gehouden.

  Het prachtig rode blad van de Prunus cer. 'Nigra'

Het is natuurlijk een aardigheid te proberen iets dergelijks zelf te maken. Bij sommige planten is dat echter een hele toer. De aankoop van een jong boompje of een spil maakt het al een heel stuk eenvoudiger. Maar ook dan is het een kwestie van geduld en op de juiste momenten snoeien: bij bladverliezende soorten in de bladloze periode en na de eerste groei. Bij bladhoudende planten in mei (na de Ijsheiligen) en in de eerste 14 dagen van de Hondsdagen (eind juli; begin augustus). Bij wintergevoelige soorten is snoei in het voorjaar aan te bevelen. Bij soorten die 'bloeden', voor de kortste dag.

Knotvormen

Er zijn een aantal manieren om een boom, die dreigt te groot te worden, te verkleinen. Eťn ervan is knotten. Iedereen kent wel de knotwilg, een voor het Hollandse landschap karakteristieke boomvorm. Knotten kan echter bij meerdere bomensoorten. Ik noem een aantal: els (Alnus glutinosa; Alnus cordata); trompetboom (Catlpa bignoÔdes); es (Fraxinus excelsior); plataan (Platanus acerifolia); populier (Populus alba).

Het knotten berust op een eenvoudig principe: de hoogte bepalen; de doorgaande stam afzagen: het zijhout afsnoeien. Verder is het een kwestie van bijhouden. De nieuwe uitloop zo dicht mogelijk tegen de knot afsnoeien. En ervoor zorgen dat er geen 'kapstokken' onstaan. Die maken n.l. grote kans af te sterven. Ze vormen vervolgens een broedplaats voor ziekten.

Jonge bomen ieder jaar knotten. Anders wordt de kruin te zwaar in verhouding tot de stam.soms is het zelfs noodzakelijk halverwege het groeiseizoen maatregelen te treffen. Dit kan gebeuren na de eerste groei, in de 14 dagen na de langste dag. Oudere exemplaren kunnen om de twee Š drie jaar worden aangepakt.

Knotten is een goede manier om een groot wordende boom goed in bedwang te houden.

Leibomen

In vroeger dagen werden bomen vooral aangeplant vanwege hun nuttigheid. Windsingels bijvoorbeeld om huizen en boerderijen te beschermen. Fruit omwille van het voedsel. Zo hadden ook leibomen hun functie. Ze deden dienst als een soort zonnescherm. Zomers bracht men zo de koelte in huis. En winters, wanneer het bladerdek afgevallen was, kon de zon de woning bereiken. Het is ook daarom, dat oude leilindes zo dicht op de huizen staan: vaak maar een metertje ertussen.

Ook vandaag de dag kunnen leibomen als zonnescherm worden gebruikt. Maar intussen zijn er ook velen die gecharmeerd zijn geraakt van de noeste gestalte van de immer maar weer gesnoeide vormbomen.

De bekendste leiboom is wel de linde(Tilia cordata; T. platyphyllos; T. europea 'Pallida' zijn enkele cultivars die veel voor leiden worden gebruikt; ook andere cultivars zijn wel geschikt).

 

Leilindes zijn voorgevormd te koop. Daar er jarenlang aan gewerkt moet worden, alvorens ze zover te krijgen, zijn deze voorgevormde exemplaren prijzig. Men kan ook te werk gaan door jonge exemplaren uit te planten en zo vervolgens zelf te gaan leiden. Dit vergt wel een zekere kundigheid van planten en snoeien. Wil je dit toch proberen, koop dan bomen zonder rek, plant ze aan en laat ze eerst een paar jaar groeien. Plaats vervolgens grote palen met spandraad waar de takken aan kunnen worden vastgezet. De onderste draad op ca. 2.00 m. Volgende draden op zo'n 40Š 50 cm afstand: 4 Š 5 etages. Het is een echt geduldwerk. De eerste jaren groeit een linde niet echt snel. Een rek of dradenconstructie moet gebouwd op minimaal 5 jaar functioneren.

Een linde is dankbaar voor een doorlatende grond en een drogere standplaats.

Behalve de linde zijn voor leiden geschikt de plataan (Platanus acerifolia), de kastanje (Aesculus hippocastanum), de haagbeuk (Carpinus betulus), de iep (Ulmus dodoens)en de els (Alnus spaethii) Ook vallen verschillende fruitbomen goed te leiden. Het is goed dan te zorgen voor een snelgroeiende onderstam (zaailing). Ook hier geldt: voor de meer ongeduldigen is veel kant en klaar te koop. Mensen die het als een uitdaging zien een en ander te testen, doen er goed aan eerst advies bij een vakmens in te winnen.

Leivormen in soort en maat kunnen zorgen voor belijning in de tuin, en ook voor diverse vormen van afscheiding. Voor aanplant zorgvuldig overwegen. Alles kan weer worden omgezaagd, maar daarvoor plant je natuurlijk niet. Een linde bijv. kan vlotweg enige honderden jaren oud worden.

(Bron (o.m.): Bert Huls: Stijlvolle snoeivormen. 's-Hertogenbosch, 1995.)

Herke Giliam,  Beamkerij Ferskaat.


Terug