Verschil tussen beuk en haagbeuk

Over het verschil tussen beuk en haagbeuk bestaat de nodige onduidelijkheid en verwarring. Dit komt mee door de Nederlandse benaming. In de Latijnse benaming het wezenlijk onderscheid duidelijk te zien. Het zijn zelfs verschlilende families.De beuk kreeg als wetenschappelijke benaming de naam Fagus sylvatica en behoort tot de Fagaceae of de Beukenfamilie.
Haagbeuk of Carpinus betulus hoort thuis in de berkenfamilie of de Betulaceae.      

Kenmerkend voor het haagbeukenblad is de opgelegde nerventekening en de gezaagde rand. Als de haagbeuk vrucht gaat dragen, is de verwantschap met de berkenfamilie prima zichtbaar.

           

Bij het beukenblad valt de gladheid en de gaafrandigheid op. De nerven zijn veel minder opgelegd. En de vrucht die een volwassen exemplaar geeft, is natuurlijk de beukennoot.

De grootste verschillen:

In de winter behoudt de beuk zijn verdorde blad beter dan de haagbeuk. Hierdoor is een beukenhaag het jaarrond meer gesloten dan een haagbeukenhaag. Dit zorgt voor de nodige privacy en windscherm.

De haagbeuk groeit sneller dan de beuk.

De haagbeuk loopt eerder in het blad.

Haagbeuk is er enkel met een groen blad. De beuk kan men daarnaast ook met een purperrood blad  aankopen (is bij aanplant zr gevoelig)

De beuk krijgt in de herfst een mooie herfstkleur, van geel naar warm rood. De haagbeuk is in de herfst opvallend geel, maar na de eerste nachtvorst laat deze zijn blad onmiddellijk afvallen.

Het jonge beukenblad is na het snoeien gevoelig voor verbranding (snoeien met donker weer)

. Bij de haagbeuk gaat u pas lengtesnoei toepassen, als de gewenste hoogte is bereikt. Zijscheuten kunnen wel worden ingekort. Dit bevordert de bossigheid. De beuk daarentegen dient wel te worden getopt om de planten onderaan tot vertakking te dwingen.

Bodemeisen:

 Voor een beuk is een levensvoorwaarde dat er voldoende lucht (zuurstof) in de grond kan dringen.  Een beuk heeft voor een goede (her)groei absoluut een schimmel (mycorrhiza) nodig. Deze maken beuken normaal zelf aan maar bij het aanplanten kan men een speciale meststof met die speciale bodemschimmel erin doorheen de grond mengen. Bij nieuwe hagen is het uitvalspercentage daardoor beduidend kleiner!  Deze schimmel heeft om te overleven zuurstof nodig, zoals ieder levend organisme dat heeft. Het is daarom dat een beuk op gesloten gronden, zoals klei, het vaak zo slecht doet. Als men beuk op klei wil planten, dient er gezorgd te worden voor doormenging met luchtige substantie (grof zand) alsmede voor goede afwatering (zie ook bij Diversen: Diep graven, hoog planten). Na het planten de bodem afdekken met bodemlevenbevorderend middel (compost, bladeren, halfverteerde houtsnippers). Dit trekt wormen e.d aan en die zorgen voor luchtkanalen in de bodem.Beuken voor het planten NOOIT  in een kuip met water zetten. De levensnoodzakelijke schimmel op de wortels wordt er anders afgespoeld! Let er bij de aankoop aan dat de wortels niet uitgedroogd zijn en dat er nog wat grond aan de wortels hangt.

Ook een haagbeuk - hoewel sterker -  verlangt een doorlatende en niet te natte standplaats.  De haagbeuk is wel veel minder mycorrhiza-gevoelig.

De levensduur van deze heggen is aanzienlijk. Er bestaan oude exemplaren van tussen de 50 en 100 jaar.

Hoe krijg je de mooiste haag?
Beide boomsoorten kunnen in rij worden geplant, 3 4 planten per strekkende meter
Om een wat bredere haag te krijgen, kan in driehoeksverband worden geplant; dit vraagt 4 tot 6 planten per strekkende meter

Om een jonge haag snel te laten groeien, is het wenselijk bij te mesten Gebruik hiervoor een goede meststof, bijvoorbeeld DCM Mix 5. Zorg voor lucht in de bodem, door afdekking en/of door regelmatig schoffelen. Laat geen grassen of andere kruiden onder een haag groeien. Houd een aardestrook vrij van ca. 60 cm.

Een jonge haag snoeit men het beste tijdens de groeipieken ( eind mei/begin juni en begin augustus). Snoeien tijdens de groeipieken bevordert de doorgroei en de bossigheid van een plant. Heeft de heg eenmaal de gewenste grootte bereikt, dan is het beste te snoeien: eind juni en eind augustus/begin september. Snoeien op deze tijdstippen heeft een groeiremmende werking