PLANTEN VAN BOMEN EN STRUIKEN

Bij het planten van een boom of een struik en ook bij planten in het algemeen komt nogal wat kijken.

Als eerste kunnen we de vraag stellen of de standplaats of de grondsoort wel geschikt voor een bepaalde plant. Bij standplaats kunnen we de vraag stellen van droogte of juist nattigheid. Of winderigheid of luwte; en ook: de eventuele invloed van bijvoorbeeld de zoute zee of van industrie of autoweg.

Eveneens moeten we de vraag naar de grondsoort stellen. Niet iedere plant gedijt in elke grondsoort.

De ene grondsoort is bijvoorbeeld erg doorlatend; een andere slibt vlug dicht of het water blijft lang staan. Ook de pH-waarde is van veel belang. Een Rhododendron en ook Heide kan niet tegen een bodem met een hoge pH.

Over deze zaken adviseren wij u graag!

Gezien onze geografische ligging is het natuurlijk niet verwonderlijk dat we ons op ons bedrijf hebben gespecialiseerd op planten die gedijen in wind- en zoutgebieden, alsook op de kleigrond.

Het is hierbij vooral van belang dat het bovengrondse deel van een plant goed is gewend aan de strenge omstandigheden. Mooi aangetrokken kasplanten sterven maar al te vaak een wisse dood.

PLANTEN IN ZWAARDERE GRONDEN

Voor het planten in de stevige klei kunnen het beste standaard een tal voorzorgsmaatregelen worden genomen.

* maak een diep en breed plantgat. (Zie onder: Divers: Diep graven, hoog planten).Steek onder in het plantgat de grond nog eens goed los en meng door met lavakorrels of scherp zand. Deze maatregel dient om de doorlatendheid van de bodem te bevorderen. Eventueel kan met een grondboor ( diameter: 6 /10 cm) een gat worden geboord, dat vervolgens wordt gevuld met grint. We noemen dit verticale drainage. Vooral bij bomen die slecht tegen een natte voet kunnen is dit aan te bevelen (bv.: (bol)acacia, (bol)esdoorn, linde).

* Meng de vulgrond door met goede potgrond, met DCM Levende Humus of humusaarde, eventueel aangevuld met organische meststoffen en/of bodemverbeteraars (vraag info).

* Planten we een (grote) boom, dan worden eerst de palen geplaatst (Plaatst men één paal, dan wordt deze aan de westkant gezet: de kant waar de meeste wind vandaan komt.)

* Zorg er met nadruk voor dat de aarde goed om de wortels sluit. Eventueel aanwateren. Als er wordt aangewaterd, dit doen in de nog niet geheel afgevulde kuil. Met rulle aarde de rest aanvullen.

* Bij bepaalde grondsoorten (klei!) is er nogal sprake van 'nazakken'. Houd daar bij het opvullen van het plantgat rekening mee. Er ontstaat anders na verloop van tijd een kuil waarin het water zich verzamelt. Dit geeft vervolgens een grote kans op verzuring en/of dichtslaan van de bodem, c.q. verschimmeling en verrotting van de wortelhals of van de wortels zelf.

* Klei is een opdrachtige grondsoort. Planten zullen daarom niet echt gauw droog staan. Vooral bij aanplant in het voorjaar bij schrale winden is de uitdroging toch aanzienlijk. Om de paar dagen flink bijwateren is het beste.

* De eerste maanden niet bijmesten. Vooral niet wanneer er bij aanplant al een en ander mee in het gat is gegaan. Teveel zouten in de bodem verhinderen spontane uitgroei van de nieuwe worteltjes.

PLANTTIJD

Het planten van bladverliezend loofhout kan van eind oktober tot medio april. Dit betreft de vollegrondsplanten. Planten in pot en container kunnen eigenlijk altijd wel worden geplant.

Bij aanplant in de warmere seizoenen verdient het de voorkeur koel en bewolkt weer of een regenperiode af te wachten. Vooral bij duurder materiaal geven we het advies het plantmoment met overleg te kiezen.

Groenblijvende planten uit de volle grond kennen de plantperiodes: medio september tot eind oktober en: maart tot eind mei. Ook hier geldt de bovenstaande opmerking omtrent pot en container.

Is planten in de herfst beter dan in het voorjaar? Dit hangt van de omstandigheden af. Op een doorlatende grond is herfstplanting prima. Op natte gronden geef ik de voorkeur aan aanplant in het vroege voorjaar, zodra de vorst uit de grond is.

Ook hierover geven we graag onze mening. Mail, bel of kom eens langs.