ZEEUWSE HEG

 

Bij een Zeeuwse heg moeten we ons geen strak geknipte heg voorstellen, zoals we bijv. een Ligusterheg kennen.

Het heeft meer het karakter van een houtwal. De basisplanten voor een Zeeuwse Heg zijn:

Acer campestre = Spaanse Aak of Veldesdoorn

Crataegus monogyna = meidoorn

Deze worden aangevuld met heesters van diverse soort. Sommige vanwege hun fraaie bladvorm, zoals de Corylus avellana = Hazelaar. Andere om hun bloeiwijze: Lonicera tatarica = struikkamperfoelie; Symphoricarpus albus = Sneeuwbes; Prunus spinosa = Sleedoorn; Lonicera xilosteum = struikkamperfoelie draagt fraaie bessen. Cornus mas = gele Kornoelje vertoont in de winter zijn fraai hout. Het geheel wordt tensloote aangevuld met heesterrozen bijv. Rosa canina = hondsroos of Rosa pimpinellifolia = duinroos.

De aanplant van een Zeeuwse kan plaatsvinden van november t.e.m. half april, als de planten voldoende

in rust zijn.

Het snoeien dient 'los' te gebeuren, niet strak. De planten moeten de gelegenheid hebben om tot bloei te komen en uit te groeien.

Om de zoveel jaren kunnen bepaalde planten worden afgezet (= afsnoeien tot ca 15 cm boven het maaiveld). Voor een Zeeuwse Heg is dus wel een zekere ruimte nodig. Is deze echter aanwezig, dan is deze hegvorm een goede windbreker en een sierlijk element.

 

Voor 10 meter heg zijn de volgende planten nodig:

4 Acer campestre

4 Crataegus monogyna

2 Corylus avellana

1 Cornus mas

1 Lonicera tatarica

1 Lonicera xilosteum

1 Symphoricarpus albus

1 Prunus spinosa

1 Rosa (H)